
Het St. Willibrordkoor stond sinds 1897 onder leiding van Anton Ponten Sr, die zijn opleiding aan de
Kerkmuziekschool te Aken (Duitsland) had ontvangen. Hij was een begaafd componist (leerling van F. Nekes),
die in de Ceciliaanse stijl begon, maar aan wie de nieuwere stromingen zeker niet onopgemerkt voorbijgingen.
De Kathedraal en de St. Willibrord lagen in de binnenstad slechts enkele straten van elkander, maar ze
vertegenwoordigden twee verschillende werelden van kerkmuziekcultuur.
Bij het Kathedrale koor lag het accent op het sterk bezette mannenkoor, waardoor de klank in haar imposante
sonoriteit soms iets massiefs bezat.
In het St. Willibrordkoor beperkte men zich tot een 16-tal mannenstemmen, waartegen een 35-tal jongensstemmen
stond.
Deze bezetting had het voordeel van een ranke, stralende koorklank, welke het polyfone lijnenspel bijzonder
doorzichtig maakte. Dit werd nog bevoordeeld door de ideale akoestiek van dit kerkgebouw.
De muziekkenners wisselden het bezoek aan de Kathedraal dan ook graag eens af met de St. Willibrord aan de
Minrebroederstraat.
Zelfs Mgr. J.A.S. van Schaik, de grote promotor van het kathedrale Koor, trof men menigmaal in de St. Willibrord
aan. Hij vond dat de muziek er
"als uit de hemel" kwam!
Zowel in de Kathedraal als in de St. Willibrord werd het gregoriaans met grote zorgvuldigheid beoefend, ook
omdat men dit terecht als de technische ondergrond van de meerstemmige koorzang beschouwde.
Het repertoire van de St. Willibrord deed voor dat van de Kathedraal in veelzijdigheid niet onder.
Het 's zondagavondse Lof genoot er bij de kerkmuziek-liefhebbers een aparte reputatie: men hoorde daar de mooiste
klassieke motetten, waarvan het koor er wel een veertigtal op z'n vaste repertoire had (en nog steeds heeft).

Anton Ponten Sr. werd vooral wat de scholing van het jongenskoor betreft terzijde gestaan door zijn zoon Hans Ponten, die aan het Amsterdams Conservatorium bij mevrouw J. Dresden-Dhont solozang had gestudeerd.
Hans Ponten was een voortreffelijk stempedagoog.
De huidige dirigent van het St. Willibrordkoor, Bernard Rikkert de Koe, is op zijn beurt weer een leerling van Hans Ponten geweest!
Als opvolger van zijn vader handhaafde Hans Ponten het hoge niveau van het St. Willibrordkoor,
terwijl hij naast de klassieke polyfonie aan de nieuwe Nederlandse kerkmuziek (Hendrik Andriessen, Jan Mul,
Herman Strategier en anderen) regelmatig aandacht besteedde.
Organist van de St. Willibrordkerk in deze periode (1942-1967) was de directeur van de muziek uitgeverij
Wed. J.R. van Rossum, die zijn fonds voortdurend verrijkte met nieuwe Nederlandse kerkmuziek, waarvan het
werk van Hendrik Andriessen een vast bestanddeel vormde.