|
Laten wij eerst een korte inleiding geven over de Utrechtse katholieke kerkmuziek.
Utrecht was in de periode tussen de beide wereldoorlogen een typisch "kerkse" stad.
Zowel de protestanten als de katholieken waren trouwe kerkbezoekers.
Het overgrote deel van de bevolking onderging z'n eerste muzikale indrukken dan ook binnen de muren
van de kerk. Bij de protestanten was het uiteraard het orgel, dat de aandacht trok;
bij de katholieken had het zangkoor een overwegend aandeel.
Het protestantse en het katholieke volksdeel leefden in die tijd volslagen langs elkander heen,
óók op het punt van de muziek.
De protestanten hadden er geen enkele weet van, wat zich in muzikaal opzicht in de katholieke kerken
afspeelde, en op de openbare orgelconcerten - die als het ware het verlengstuk vormden van het
ervaringsleven van de muzikale protestant - was een katholiek een witte raaf.
Orgelconcerten werden in een rooms kerk in die tijd trouwens nooit gegeven.
Het verschil in muziekmentaliteit uitte zich ook in het verschijnsel, dat de protestanten echte
oratoriummensen waren, terwijl de katholieken het liefst naar de opera gingen.
Het muzikaal-liturgisch leven in de katholieke kerken onttrok zich aan een groot deel van de bevolking,
maar intussen vormde dit toch een belangrijk stuk actief muziekleven, want elk der ruim twintig
parochiekerken in de stad Utrecht hield er een zangkoor op na, dat in de zondagse hoogmis - en niet te
vergeten het avondlof - de meerstemmige muziek verzorgde.
In de kleinere kerken waren dit in hoofdzaak mannenkoren, maar het aantal kerken, dat tevens over een
jongenskoor beschikte, had toch de overhand.
Zonder jongensstemmen was het grote polyfone repertoire voor gemengd koor immers niet uit te voeren,
en dáár ging het verlangen van de kerkkoordirecteuren - en ook van het kerkvolk - naar uit.
De Utrechtse Kathedraal aan de Lange Nieuwstraat heeft in de geschiedenis van de Nederlandse katholieke
kerkmuziek een stuwende en centrale rol gespeeld. Hier werd door het kathedrale zangkoor "Sint Gregorius
Magnus", dat in 1869 was opgericht, op het Paasfeest van 1879 voor het eerst in ons land een a cappella-mis
van Palestrina ten gehore gebracht: de "Missa Aeterna Christi Mundi".
Hiermee werd het réveil in de kerkmuziek ingeluid.
Historisch gezien was de Utrechtse Kathedraal dan ook het middelpunt geweest van scheppende kerkelijke toonkunst.
Echter ook in de andere kerken in de Bischopstad stond de muzikale liturgie op een hoog niveau.
De kerkmuziekfeesten van de St. Gregoriusvereniging werden bij voorkeur in de Bisschopstad gehouden,
omdat men daar over zulk uitnemend koormateriaal beschikte.
Zo werd eens door de gezamelijke koren van de Kathedraal, de St. Willibrordkerk en de Onze Lieve Vrouwekerk
een programma ten gehore gebracht van louter twaalf-stemmige Motetten!
|